traditionele oude spijkers en klinknagels van vroeger

Spijkers of nagels zijn een bevestigingsmateriaal uit de oudheid en gemaakt van smeedijzer dit in tegenstelling tot een draadnagel, die meestal van staal gemaakt is. Beide woorden worden door elkaar gebruikt terwijl hetzelfde bedoeld wordt. Geschiedenis Tot in de 19e eeuw maakte men enkel gesmede nagels. Daarna is men nagels gaan vervaardigen uit ijzerdraad dat is het verschil tussen een spijker en een nagel. Rond 1850 bestonden er meer dan twintig soorten verschillende nagels, verschillend in lengte, gewicht en vorm. De nagels hadden een lengte van 10 tot 41 cm. Er waren onder andere drieponders tot vijftigponders. Daarmee wordt het gewicht van 1000 spijkers bedoeld. "Veertigpondsspijkers" betekent dus dat duizend spijkers van een bepaalde maat 40 pond wegen. Ook de moderne draadnagel wordt nog per gewicht verkocht, zeker als ze nog los verkocht worden. Bij de ijzerwarenhandelaar kocht men dan bijvoorbeeld een kilo vijfduimers.   vorm De spijker heeft een afgeronde, vrij platte kop of een verzonken kop voor schilderwerk. De steel loopt in een scherpe punt en is in de meestal rechthoekig, maar kan ook rond zijn. De oudste spijkers waren vierkant. De rechthoekige spijkers moeten met de nerf mee worden ingeslagen om het splijten van het hout te voorkomen. materiaal Er waren brosse nagels gemaakt van hard ijzer en taaie nagels van weekijzer. De brosse spijkers bevatten veel koolstof en braken makkelijk. Ze werden alleen voor ruw werk gebruikt. Door de nagels langer te smeden werden ze sterker, omdat door het verhitten het koolstofgehalte wordt verlaagd. Omdat een brosse spijker minder lang werd gesmeed, waren ze daarom ook goedkoper.