Een sleutels of moersleutels wordt gebruikt voor het los- en vastdraaien van moeren en bouten. De vorm van de moeren en boutkoppen zijn in de meeste gevallen zeskantig, maar ze kunnen ook vierkant zijn, of cirkelvormig met twee platte vlakken, of een andere vorm hebben. Door deze vormen is het mogelijk om met een passende sleutel de bouten en moeren te draaien. Bij een samenstel van een bout en een moer kan bovendien het meedraaien van de bout worden tegengegaan. De grootte van de kop kan variëren, daarom zijn er sleutels in vele maten. De sleutelwijdte wordt meestal aangeduid in millimeters, maar deze kan soms ook zijn aangegeven in fracties bijvoorbeeld 5/8, in zo'n geval is de maatvoering in Engelse duim. Veel voorkomende maten zijn 10 mm, 13 mm, 15 mm en 17 mm.   verschillende soorten sleutels:
  • steeksleutel
  • ringsleutel
  • pijpsleutel
  • dopsleutel
  • T-sleutel