Het machinaal oogsten en vervoeren van hout met zware voertuigen is al geruime tijd gemeengoed binnen het Nederlandse bosbeheer. Het berijden van de bodem met een houtoogstmachine of volgeladen aanhangers leidt echter in vaak tot bodemverdichting. Een maatregel die regelmatig wordt toegepast om overmatige schade van het bos te voorkomen is het werken met permanente dunningspaden. Een dunningspad is een pad dat door het bos loopt dat altijd word gebruikt door zware voertuigen om het bos uit te dunnen. Onderzoek naar bodemverdichting Glenn Potvliet, stagiair van de Wageningen Universiteit, heeft bij Bosgroep Midden Nederland literatuuronderzoek gedaan naar de effecten van bodemverdichting en naar mogelijke oplossingen om bodemverdichting te beperken. Hiervoor is kennis uit wetenschap en praktijk uit verschillende bosbouwlanden samengebracht. Impact op de bodem Een ongestoorde bosbodem bestaat voor ongeveer de helft van het volume uit minerale bodemdeeltjes en organische stof en voor de andere helft uit lucht en water. Bij het berijden van de bodem worden bodemdeeltjes samengedrukt, waardoor met name het aandeel lucht in de bodem afneemt. Tevens verandert de bodemstructuur waardoor infiltratie van hemelwater en gasuitwisseling tussen bodem en atmosfeer worden belemmerd. Hierdoor ontstaan plassen en blijven bodems langer met water verzadigd. Impact op het bos Deze veranderingen in de bodemstructuur hebben onder andere gevolgen voor de overlevingskans en groei van zaailingen. Uit verschillende studies blijkt dat de sterfte onder zaailingen op verdichte bodems 40 tot 90% hoger is dan onder zaailingen op ongestoorde bodems. Bovendien groeien ze 20 tot 50% minder in de hoogte. De mate waarin zaailingen last hebben van bodemverdichting verschilt per boomsoort. Bodemverdichting kan dus tevens leiden tot een verschuiving in de soortensamenstelling van de spontane bosverjonging en daarmee van het toekomstige bos. Het is te verwachten dat deze effecten tevens van invloed zijn op de kruid- en struiklaag en daarmee op de totale plantensamenstelling en –diversiteit van onze bossen. Daarnaast zal een verstoorde bodemstructuur en het afnemen van zuurstof en vocht in de bodem van invloed zijn op de omvang en samenstelling van de bodemfauna, het beschikbaar komen van mineralen uit ruw bladstrooisel en op de dikte van de strooisellaag. Bodemverdichting raakt daarmee aan verschillende sleutelprocessen binnen het bos-ecosysteem en verdient derhalve de aandacht vanuit alle functies van bos. Natuurlijk herstel na verdichting Het natuurlijk herstel van verdichte bodems neemt minimaal enkele decennia in beslag. De herstelpotentie van een bodem wordt bepaald door de aanwezigheid van bodemfauna, de klimaatomstandigheden en de diepte van de opgetreden bodemverdichting. Bodemfauna, met name regenwormen, werken de bodem weer los en dragen daarmee bij aan herstel van de bodemstructuur. Grote delen van het Nederlandse bos liggen echter op armere zandgronden waar regenwormen niet of nauwelijks onderdeel uitmaken van de bodemlevensgemeenschap. Ook lange periodes van vorst komen nauwelijks voor. Aangezien de natuurlijke herstelperiode over het algemeen langer is dan de periode tussen twee Dunnigen, zullen de effecten van het rijden op de bodem opstapelen en zal tussentijds geen herstel kunnen plaatsvinden.   Beperken van bodemverdichting Foto Dunningspaden 2 grootStudies tonen aan dat bij de eerste passage van een machine reeds circa 60% van de potentiële verdichting plaatsvindt. Met andere woorden: na één passage is het grootste kwaad al geschied. Gecombineerd met het trage herstel van verdichte bodems betekent dit dat, wanneer er over een aantal decennia meerdere opeenvolgende gemechaniseerde houtoogsten hebben plaatsgevonden, de bosbodem over grote oppervlaktes verdicht zal zijn. In een Vlaamse studie zijn verdichte oppervlaktes gemeten van 70 tot 80% van het totale bos oppervlak. Om bodemverdichting te beperken zouden beheerders in eerste instantie de contactdruk van de machines zo laag mogelijk moeten houden. Dit kan door bijvoorbeeld te werken met machines met extra brede banden en de juiste bandenspanning, en door toepassing van tracks op de machines. Daarnaast is het bodemtype en het vochtgehalte van de bodem van invloed op de mate van verdichting. Door te werken in de juiste periode van het jaar afgestemd op de bodemomstandigheden ter plekke en door werk tijdig stil te leggen bij ongunstige weersomstandigheden kan veel bodemverdichting voorkomen worden.   Permanente dunningspaden De schade kan ook beperkt worden door het gebruik van permanente dunningspaden. Wanneer dit wordt toegepast op de in het Nederlandse bosbeheer gangbare wijze, zal slechts 20% van het bos oppervlak worden bereden. Permanente dunningspaden zijn vaste routes binnen een bos opstand die bij achtereenvolgende bos-werkzaamheden gebruikt worden om de bos-opstand te ontsluiten. De paden zijn CA. 4 meter breed en liggen doorgaans op een onderlinge afstand van 18 tot 20 meter van elkaar zodat een houtoogstmachines met een arm van 10 meter in het volledige bos kan werken zonder buiten de dunningspaden te rijden. Doordat bij werkzaamheden de bodem tussen de dunningspaden niet wordt bereden treedt hier geen bodemverdichting op. In veel bossen zal de bodem daarnaast over grote oppervlaktes reeds verdicht zijn door bos-werkzaamheden uit het verleden. Deze plekken krijgen tussen de paden de ruimte om zich weer te herstellen. Er wordt wel eens aangenomen dat machinisten op houtoogstmachines automatisch hun rij-bewegingen minimaliseren omdat dit efficiënter is. De praktijk wijst echter uit dat de onderlinge afstand tussen de rijroutes van de machine veelal lager ligt dan 20 meter wanneer geen vaste dunningspaden zijn gemarkeerd. Tevens zal de machinist bij werkzaamheden enkele jaren later vaak een andere rij-route kiezen, zeker in het geval van verjongingsingrepen, waardoor de totaal bereden oppervlakte toeneemt.   Kosten en baten Sommige beheerders vinden het bezwaarlijk dat het uitzetten van dunningspaden extra kosten met zich meebrengt. Zeker op de lange termijn hoeft het werken met dunningspaden echter geen extra geld te kosten. Vaak levert het gebruik van permanente dunningspaden een hoger oogstvolume door het vrijkomende hout op de paden. Hoewel onbekend is of het werken met dunningspaden de efficiëntie van werken van de houtoogstmachine beïnvloedt, hebben enkele beheerders ervaren dat goed gemarkeerde dunningspaden ook zorgen voor een betere houtprijs. Op de zeer lange termijn zou het werken met dunningspaden zelfs meer geld moeten opleveren ten opzichte van het werken zonder dunningspaden, doordat bodemverdichting wordt beperkt en daarmee de productiviteit van het bos op peil wordt gehouden.   Nooit meer van gebaande paden? Verschillende studies wijzen op diverse negatieve effecten van bodemverdichting op het bos-ecosysteem. Deze effecten zijn zowel relevant voor bossen met een natuurdoelstelling als voor bossen met een productiedoelstelling. Het werken met dunningspaden zorgt voor minder bodemverdichting, maar nog altijd wordt 20% van de bosbodem wél verdicht. Het is de vraag of dit in alle situaties, bijvoorbeeld wanneer bijzondere bosflora voorkomt, wel verantwoord is. Wellicht dat in deze gevallen, om de gewenste lichtomstandigheden voor de ondergroei in stand te houden, naar meer kostbare oogstmethodes gekeken moet worden. Veel van de effecten van bodemverdichting vinden plaats buiten ons gezichtsveld en leveren pas op de lange termijn problemen op. Dit maakt deze effecten echter niet minder relevant en bosbeheerders zullen wel degelijk rekening moeten houden met deze effecten.   Bron: https://bosgroepen.nl/permanente-dunningspaden-ter-beperking-van-bodemverdichting/ https://bosgroepen.nl/wp-content/uploads/2016/02/VNBL_feb2016_dunningspaden.pdf